„Techniek is moeilijk“, luidt een Duits gezegde. Jan Müller, ontwikkelingsingenieur en leider van het onderzoeks- en ontwikkelingsteam bij Topas, heeft het wel eens horen zeggen, maar is het er eigenlijk niet zo vaak mee eens. De afgestudeerde natuurkundige en gepassioneerde ingenieur werkt sinds 2011 bij deze specialist in aerosolen en deeltjes en begon, net als sommige van zijn collega’s, zijn loopbaan bij dit technologisch georiënteerde middelgrote bedrijf via een subsidieprogramma als innovatieassistent. Jan Müller is ontwikkelingsingenieur bij Topas en sinds 2022 tevens hoofd van de afdeling onderzoek en ontwikkeling, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en verbetering van serieapparatuur en testsystemen.
De ontwikkeling van een apparaat – van het idee van de klant tot een serieproduct
"Jan Müller neemt ons mee door het proces met verschillende fasen dat een apparaat doorloopt op weg naar de ontwikkeling." Aan het begin van het conceptuele ontwerp liggen de behoeften van de klant op tafel en moeten deze worden benaderd op basis van eerste schetsen van projectonderdelen. Dit was het geval bij het nieuw ontwikkelde FCS 249-kalibratiesysteem. Het doel was om zoutaerosolen van een bepaalde grootte te produceren om deze te gebruiken voor het kalibreren van apparaten die uitlaatgasmetingen uitvoeren volgens een nieuwe richtlijn.
Maar hoe zet je een idee om in een apparaat?
Een mogelijkheid zijn 3D-schetsen. Vaak worden in deze fase verschillende ideeën doorgenomen, worden veel zaken op een vereenvoudigde manier weergegeven en worden veel zaken weer helemaal opnieuw bekeken. Zodra de eerste ideeën zijn gemodelleerd, zetten de ontwikkelaars verschillende elementen op het scherm in elkaar om een apparaat te creëren. De basiscomponenten van de zogenaamde ‘demonstrator’ die in dit proces is ontstaan, worden extern vervaardigd. Voor eenvoudigere modellen of assemblages maakt de opgeleide natuurkundige ook gebruik van de eigen 3D-printer. Nu is het tijd voor ‘knutselen’, een geliefde bezigheid van Jan Müller en zijn collega’s: ze zetten afzonderlijke onderdelen in elkaar en testen het resultaat op functionaliteit en andere processpecificaties. Daarna staat elektronica op de agenda: de ontwikkelaar ontwerpt onder andere programmasequenties of gebruikersinterfaces. Printplaten worden geprogrammeerd en vanuit het oogpunt van de gebruiker getoetst op het ontwerp van de gebruikersinterface en de technische functionaliteit. Niet te onderschatten is de bijbehorende documentatie, die een aanzienlijk deel van het ontwikkelingsproject bij Topas uitmaakt. Het nu voltooide prototype is klaar voor gebruik wat betreft functionaliteit, ontwerp, programmering en elektronica en kan in het beste geval in deze vorm aan de klant worden overgedragen. In de praktijk moet de ontwikkelingsingenieur meestal diverse aanpassingen doorvoeren, hetzij ter plaatse, hetzij via toegang op afstand.
Als het apparaat marktpotentieel heeft, worden bij Topas gesprekken over serieproductie gestart en gaat het apparaat over naar de fase na het ontwerp.
In deze fase houden ingenieurs rekening met aspecten als gebruiksvriendelijkheid, beschikbaarheid van onderdelen, productiekosten, onderhoudsgemak en een zo eenvoudig mogelijke montage, en optimaliseren ze een aantal zaken, met name met het oog op hun eigen productieprocessen. Nu komen ook andere collega’s van marketing en verkoop erbij: zij voeren het product in het intern ontwikkelde gegevensbeheersysteem Top-Office in en zorgen voor producthandleidingen, gegevensbladen en publicatie op de website. De ontwikkelingsingenieur is hierbij nauwelijks betrokken en wacht alweer op nieuwe verzoeken van klanten – of op een volledig nieuw apparaat dat nog niet bestaat.
Wat kenmerkt een ingenieur bij Topas?
Als je Jan Muller vraagt naar de belangrijkste kwaliteiten van een ingenieur, noemt hij woorden als nieuwsgierigheid, een brede blik en de moed om nieuwe oplossingen te vinden en deze ook daadwerkelijk door te voeren. Uiteraard zijn enthousiasme voor STEM-vakken, een goed ruimtelijk inzicht en, met name bij Topas, affiniteit met het onderwerp aerosolen onmisbaar. Hiervoor kreeg de huidige hoofd R&D tijdens zijn inwerkperiode de tijd en ruimte, en de kans om tijdens gespecialiseerde seminars basiskennis over deze niche-industrie op te doen. Hij wil technologische oplossingen ontwikkelen – hoe gek de opdracht soms ook is. Belangrijker voor de afgestudeerde natuurkundige dan ontwerp- of tekenprogramma’s is vaak een directe en snelle uitwisseling met collega’s bij een kopje koffie of een praatje op het zonneterras van het bedrijf in Dresden. Ook de directe nabijheid van de interne onderzoekslaboratoria van het bedrijf is essentieel voor zijn werk. Als MKB-bedrijf met ongeveer 100 medewerkers is direct contact met klanten nog steeds mogelijk, en dat is precies wat de ontwikkelingsingenieur zo waardeert aan zijn werk bij Topas.
Handelingsvrijheid
Het zijn niet altijd de klanten die contact opnemen met Topas en de aanzet geven tot productontwikkeling. Het hoofd van Onderzoek & Ontwikkeling gaat zelf op zoek naar onvervulde behoeften. Zelfs als het om ontwerpontwikkeling gaat, ontwerpt hij vanuit zijn eigen gevoel, zoals bij de VDS 562, een variabel verdunningssysteem, of het FCS 249-kalibratiesysteem. Hij waardeert het dat zijn werkgever hem weinig tijdsdruk oplegt. Alleen op die manier is het voor hem mogelijk om nieuwe technologieën te ontdekken en deze ook daadwerkelijk toe te passen. Als voorbeeld noemt Jan Müller de ATM 228-aerosolgenerator, een doorontwikkeling van het vorige instrument, dat nu een van de bestsellers van Topas is. De ontwikkelingsingenieur vatte zijn recept voor succes – en dat van het bedrijf – in één bondige uitspraak samen: „Innovatie komt voort uit vrijheid.“
Op het gebied van testsystemen en installatietechniek zijn de onderzoekers en ontwikkelaars bij Topas minder actief. Toch is het hoofd van R&D ook betrokken geweest bij een aantal spannende projecten met grote spelers. Zo waren hij en zijn collega’s verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een technologie voor een wereldspeler om filters te testen binnen een extreem korte meettijd van zes seconden. Ze slaagden erin dit in vier seconden te realiseren en zijn trots op deze prestatie. Voor de toekomst ziet de ontwikkelingsingenieur tal van nieuwe mogelijkheden – dankzij de vrijheid bij Topas kan hij bijvoorbeeld ook onderzoeken of robots de Topas-systemen kunnen ondersteunen bij automatiseringstaken.

Crisisbestendig in een nichebranche – en volop mogelijkheden voor ontwikkelaars met passie
De afgelopen jaren sinds 2019 werden gekenmerkt door ingrijpende wereldwijde gebeurtenissen, zoals de coronapandemie. Ook Topas heeft hiervan de gevolgen ondervonden op productgebied. Zo zijn het testen van mondkapjes en uitlaatgasmetingen twee thema’s die bij Topas hebben geleid tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Voor Jan Müller zijn dit golfbewegingen en moet er altijd rekening worden gehouden met de terugkeer ervan. Ook hij pleit voor een flexibele manier van denken en een brede positionering binnen het productassortiment. Als gevolg van de mondiale politieke situatie heeft Topas ook te maken met toenemende leveringsproblemen bij afgewerkte onderdelen. Hier moet de ingenieur improviseren, naar alternatieven zoeken en waar mogelijk met vooruitziendheid voorraden aanleggen. Dit maakt het juist nu des te belangrijker dat onderzoek en ontwikkeling bij Topas al lang worden gezien en behandeld als een belangrijke pijler. Dit wordt verklaard door het feit dat Topas zichzelf ziet als meer dan alleen een bedrijf dat aerosolen en deeltjes meet. Het bedrijf ziet zichzelf als een probleemoplosser voor zijn klanten. Het goed gepositioneerde R&D-team is in staat snel te reageren en kan problemen breder aanpakken. En dat is wat klanten van Topas mogen verwachten. Los daarvan kijkt het bedrijf met trots terug op zijn eigen oplossingen, die momenteel tot uiting komen in meer dan 30 octrooien, ruim 15 geregistreerde gebruiksmodellen en zeven handelsmerken.

Een speelveld voor allerlei soorten ingenieurs
Als technologiegericht bedrijf heeft Topas een groot aantal verschillende ingenieurs in dienst. Naast ontwikkelingsingenieurs zoals Jan Müller werken er bij deze specialist in aerosol- en deeltjesmeettechnologie ook veel project- en applicatie-ingenieurs en ontwerpers. Zij zijn verantwoordelijk voor systeemontwikkeling, installaties bij de klant of het gereedmaken van apparaten voor serieproductie. Toepassingsingenieurs gebruiken de volledig ontwikkelde apparatuur voor diverse tests, passen deze aan de behoeften van de klant aan en zijn verantwoordelijk voor de overdracht, installatie, het onderhoud en het oplossen van storingen aan testopstellingen en systemen, in direct contact met de klant. Projectingenieurs zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de meeste Topas-testsystemen en nemen de leiding in het gehele proces, van algemene projectcoördinatie tot uitvoering. Afhankelijk van de eisen van de klant zijn er geen – of slechts zeer kleine – aanpassingen aan de testopstelling nodig, terwijl er soms ingrijpende aanpassingen of volledig nieuwe ontwikkelingen vereist zijn. Op dat moment komen de ontwikkelingsingenieur en zijn team voor bepaalde testsystemen weer in beeld. De acht ontwikkelaars voeren diverse taken uit op het gebied van pre-ontwikkeling en post-ontwikkeling. Jan Müller staat sinds 2022 aan het hoofd van het team en is daardoor niet langer alleen verantwoordelijk voor zijn eigen projecten, maar ook voor de organisatie van alle taken op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.
Onafhankelijkheid dankzij de volledige waardeketen
De nauwe banden tussen het ontwikkelingsteam en andere afdelingen illustreren de diepgaande waardeketen bij Topas, die het Saksische bedrijf onafhankelijk en bijzonder maakt. De ontwikkelingsingenieur waardeert de regelmatige uitwisseling met afdelingen zoals Marketing & Verkoop, de werkplaats, de ontwerpafdeling of andere projectingenieurs en het management. Verzoeken om oplossingen, ontwikkelingsideeën, marktpotentieel en testresultaten worden hier besproken op een platte hiërarchische manier. Zo ontstaan de technische innovaties waar Topas bekend om staat en waar het hoofd van R&D altijd enthousiast over is. Een van zijn favoriete projecten tijdens zijn dienstverband bij Topas is de ontwikkeling van de BBT 143 Blow-By-testbank, die bij de motorontwikkeling wordt gebruikt om uitlaatgassen te meten. Hij heeft ook een sleutelrol gespeeld bij de ontwikkeling van de ATM 228-verstuiver-aerosolgenerator of het VDS 562-variabel verdunningssysteem. Zijn drijfveer is om apparaten bruikbaar te maken en zijn uitvindingen daadwerkelijk op de markt te zien verschijnen. „Ik houd van apparaten die niet in de kelder verdwijnen, maar die daadwerkelijk nuttig zijn voor de klant. En dat, in een markt, vind ik buitengewoon spannend“, antwoordt de ingenieur wanneer hem wordt gevraagd wat hij het leukste vindt aan zijn werk.
En als Jan Müller niet bezig is met technische oplossingen? Dan zit hij op de fiets of speelt hij vol passie bas op stadsfestivals en andere evenementen met zijn band B1000, die gespecialiseerd is in het beste van de Duitse Eastrock. De repetitieruimte bevindt zich trouwens twee verdiepingen onder zijn kantoor – dus het werk is nooit echt ver weg.




