Verklarende woordenlijst

Het overzicht behouden in de wereld van aerosolen en deeltjes

In deze online woordenlijst bieden we geïnteresseerde lezers een overzicht van technische termen en vreemde woorden uit ons vakgebied, de deeltjes- en aerosoltechnologie.

Alle hier genoemde voorwaarden zijn opgesteld in overeenstemming met de vermelde normen.

A

Een aerosol is een „[metastabiel, gedispergeerd] systeem van vaste en/of vloeibare deeltjes [gedispergeerd] in gas”. Eenvoudig gezegd is een aerosol een mengsel van druppeltjes en/of vaste deeltjes die ruimtelijk verspreid zijn in gas.

ISO 15900:2009   ISO/TS 80004 6:2021  ISO 21683:2019

Synoniemen: mist, rook, smog

Volgens de definitie van Topas GmbH is een aerosolstof het vaste, vloeibare of gasvormige uitgangsmateriaal voor het genereren van aerosolen.

Afhankelijk van de toepassing kunnen aerosolstoffen bestaan uit zuivere vloeistoffen, oplossingen, suspensies of bepaalde gassen.

Een aggregaat is een deeltjes- of korrelvormig geheel dat bestaat uit afzonderlijke vaste deeltjes, die zo sterk met elkaar zijn verbonden of versmolten dat verdere verspreiding niet mogelijk is.

Houd er rekening mee dat de term ‘aggregaat’ afhankelijk van het vakgebied of de specifieke toepassing op verschillende manieren wordt gedefinieerd.

ISO 8780-1:1990   ISO 19430:2016   ISO 23900-1:2015   ISO 26824:2022   ISO 29464:2017

Synoniemen: kleinste verspreidbare eenheid

C

cleanroom

Een cleanroom is een ruimte of micro-omgeving waarin het aantal deeltjes in de lucht of op oppervlakken wordt gereguleerd.

Cleanrooms worden onder andere gebruikt voor de bereiding van geneesmiddelen, de productie van elektronische componenten, de productie van levensmiddelen of in de gezondheidszorg.

ISO 14644-1:2015   ISO14698-2:2003   ISO 15378:2017   ISO 15388:2022   ISO 16232:2018

Synoniemen: cleanroom, cleanroominstallatie, veiligheidskast, laminair-stromingstafel, operatiekamer, isolator
inrichting van een cleanroom

D

zich verspreiden

Dispersie is een proces waarbij een externe energiebron wordt gebruikt voor het tot stand brengen van een gedispergeerd systeem.

Voorbeelden van verspreiding zijn: het verstuiven van vloeistoffen, het opwervelen van woestijnstof of het inblazen van lucht in water (whirlpool).

Synoniemen: verspreiden, mengen, verdelen
spreiding
verspreiden

F

Een filter, oftewel filterelement, dient voor het verwijderen van deeltjesvormige en/of gasvormige verontreinigingen uit vloeistoffen en bestaat doorgaans uit één of meer lagen filtermedium (deels gevormd) en een buitenframe. Ter stabilisatie is er vaak een interne steunconstructie aanwezig.

Tegenwoordig worden filters onder andere ingedeeld op basis van hun afscheidingsmechanisme (bijv. elektrofilters, elektretfilters), hun structuur/ontwerp (bijv. zakfilter, filterpatroon), hun toepassing (bijv. dieselroetfilter, omgevingsluchtfilter) of hun afscheidingsrendement (bijv. grofstoffilter, fijnstoffilter, HEPA).

ISO 5011:2020   ISO 9912-1:2004   ISO 11841-1:2000   ISO 16890 Normreihe   ISO 29461-2:2022   ISO 29463-1:2017   ISO 29464:2017

Synoniemen: Filterelement
filterunit
filterrendement
filterelement
filtermat
filtermedia

Een filtermedium is het belangrijkste materiaal van filters dat dient voor het verwijderen van deeltjes en/of gasvormige verontreinigingen uit vloeistoffen.

Het gaat hierbij vaak om vlakke, poreuze of vezelachtige materialen. Tot de filtermedia behoren ook korrelvormige materialen (bijvoorbeeld actieve kool), vaste schuimsoorten (bijvoorbeeld keramische filters) of specifieke coatings.

ISO 9912-1:2004   ISO 11057:2011   ISO 11933-4:2001   ISO 16170:2016   ISO 16891:2016   ISO 21018-1:2008  ISO 29463-1:2017   ISO 29464:2017

Synoniemen: filtermedia, filtermateriaal
filtermateriaal

De filtratie-efficiëntie is het vermogen van een filter of filtermedium om specifieke verontreinigingen (deeltjes en/of gassen) onder vastgestelde omstandigheden tegen te houden (ISO 3857-4:2012, ISO 4548-12:2017, ISO 19438:2023). Scheidingsefficiënties worden gebruikt als beschrijvende parameter, die kan worden bepaald door de hoeveelheid verontreiniging vóór, op en/of na het filter/filterelement te meten.

De scheidingsefficiëntie kan worden bepaald voor het gehele testmonster (scheidingsefficiëntie) of voor deelgebieden (lokale scheidingsefficiëntie). Voor deeltjesvormige verontreinigingen wordt een onderscheid gemaakt tussen scheiding op basis van deeltjesgrootte (fractionele scheidingsefficiëntie) en scheiding zonder inachtneming van de deeltjesgrootte (integrale scheidingsefficiëntie). De soorten en termen van de specifieke scheidingsefficiëntie die worden gebruikt, zijn fundamenteel afhankelijk van het toepassingsgebied.

ISO 3857-4:2012   ISO 4548-12:2017   ISO 19438:2023

Synoniemen: scheidingsefficiëntie, filterefficiëntie
mist
fractionele filtratie-efficiëntie

De fractionele afscheidingsgraad is een beschrijvende parameter voor de filter- of afscheidingsdoeltreffendheid van deeltjesvormige verontreinigingen. Hiervoor wordt de hoeveelheid tegengehouden deeltjes per deeltjesgrootte bepaald (ten minste twee groottefracties).

Gefractioneerde (monodisperse, quasi-monodisperse) of niet-gefractioneerde (polydisperse) deeltjessystemen (aerosolen, suspensies, emulsies) kunnen worden gebruikt om de fractionele scheidingsefficiëntie te bepalen. Bij gefractioneerde deeltjessystemen zijn alleen concentratieanalyses nodig, terwijl bij niet-gefractioneerde deeltjessystemen bovendien de deeltjesgrootteverdeling moet worden bepaald.

ISO 11841-2:2000   ISO 16890-1:2016   ISO 16890-2:2016   ISO 17536-4:2019   ISO 17536-5:2019   ISO 29463-1:2017   ISO 29464:2017

Synoniemen: efficiëntie op basis van de deeltjesgrootte, fractionele filtratie-efficiëntie, groottespecifieke scheidingsefficiëntie

G

I

L

M

mengen

Een monomodale deeltjesgrootteverdeling vertoont in de dichtheidsfunctie slechts één maximum en in de cumulatieve functie slechts één knikpunt.

Houd er rekening mee dat de termen ‘monomodaal’ en ‘monodispers’ verschillende betekenissen hebben.

VDI 3491-1:2005   ISO/TS 4807:2022

Synoniemen: eenvoudige modale werkwoorden

Een multimodale deeltjesgrootteverdeling vertoont in de dichtheidsfunctie meer dan één maximum en in de cumulatieve functie meerdere knikpunten.

VDI 3491-1:2005

O

P

Een deeltje wordt gedefinieerd als een „miniem stukje materie met welomschreven fysieke grenzen” of „een afzonderlijk element van […] materiaal, ongeacht de grootte”.

Deeltjes zijn vaste, vloeibare of gasvormige objecten die ruimtelijk verspreid zijn binnen vaste stoffen, vloeistoffen of gassen. Hieronder vallen bijvoorbeeld graankorrels in melk (suspensie), stof in de lucht (aerosol), olieachtige druppeltjes in melk (emulsie), waterdruppeltjes in de lucht (mist, aerosol) of gaten in kaas (vast schuim).

ISO 14644-1:2015   ISO 14644-13:2017   ISO/TS 19807-1:2019   ISO/TS 80004-2:2015

ISO 2395:1990   ISO 21501-1:2009

Synoniemen: korrels, stukjes, fijnstof
de efficiëntie met betrekking tot de deeltjesgrootte
fijnstof
stuk

S

De scheidingsefficiëntie is een beschrijvende parameter voor de filtratie-efficiëntie ten opzichte van gasvormige en/of deeltjesvormige verontreinigingen onder vastgestelde omstandigheden. Deze parameter geeft de gemiddelde scheiding van de verontreiniging weer, hetzij over het gehele testmonster (integrale scheidingsefficiëntie), hetzij over een beperkt gebied (lokale scheidingsefficiëntie).

Bij deeltjesvormige verontreinigingen wordt de scheidingsefficiëntie slechts voor één groottebereik in aanmerking genomen (d.w.z. zonder onderscheid naar deeltjesgrootte). De scheidingsefficiëntie hangt af van de dispersietoestand van het onderzochte deeltjessysteem, van het meetprincipe en van het meetbereik van de analyseapparatuur. Dit leidt tot een afhankelijkheid van het type grootheid en kan daardoor aanzienlijke verschillen in de bepaalde waarden veroorzaken. Dienovereenkomstig wordt een door weging bepaalde scheidingsefficiëntie aangeduid als gravimetrische scheidingsefficiëntie (ook wel ‘arrestance’ genoemd).

ISO 16890-1:2016   ISO 21904-1:2020   ISO 29042-1:2010   ISO 29042-5:2010   ISO 29042-6:2010  ISO 29464:2017

Synoniemen: totale scheidingsefficiëntie, totale scheidingsefficiëntie
scheidingsrendement per deeltjesgrootte
kleinste verspreidbare eenheid
smog
rook

Een oplossing is een homogeen, eenfasig mengsel dat bestaat uit een oplosmiddel en ten minste één opgeloste stof.

Typische voorbeelden van vloeibare oplossingen zijn suikerwater, isotone natriumchlorideoplossingen en alcoholhoudende dranken.

ISO 13457:2021

Een suspensie wordt gedefinieerd als een „tweefasensysteem waarin de ene fase, de [vaste] gedispergeerde fase, verspreid is door de andere fase, de zogenaamde [vloeibare] continue fase”.

Simpel gezegd is een suspensie een mengsel van in de ruimte verspreide vaste deeltjes in een omringende vloeistof.

Combinatie van:

ISO 29464:2017   ISO 472:2013   ISO/TS 80004-6:2021   ISO 18473-4:2022   ISO4618:2023   ISO/TS 19807-1:2019   ISO/TS 19808:2020

Synoniemen: verspreiding

T